Voor de extra lange ‘wandeling op zaterdag’ stonden dit keer negen wandelaars klaar. De bestemming lag dicht bij huis: de Groote Heide tussen Valkenswaard en Geldrop. Dichtbij, maar toch een gebied dat ons wist te verrassen. En wat vooral opviel: de rust. Ondanks het prachtige weer kwamen we onderweg nauwelijks andere wandelaars tegen.

Met trein en bus reisden we naar de rand van Valkenswaard. Voor sommigen was het busstation van Eindhoven al een eerste, nieuwe kennismaking. Vanaf de bushalte liepen we vrijwel meteen een klein bospaadje op. Zo’n paadje dat je gemakkelijk over het hoofd ziet als je niet weet dat het er is.

Bij de stenen bank vertelde onze vaste gids Henriette over de geschiedenis van het gebied. Philips had hier ooit plannen om huizen voor de arbeiders te bouwen en had daarvoor zelfs het terrein aangekocht. Gelukkig voor ons wandelaars zijn die woningen er nooit gekomen. Wel kwam er een park en een golfbaan, waar we deze dag helemaal omheen liepen. Veel golfers zagen we overigens niet: een brede bosrand onttrekt de greens aan het zicht.

De route voerde ons vervolgens langs de Tongelreep. Tussen het groen genoten we van de eerste paddenstoelen, het stromende water en het gefluit van de vogels. Hier werd het gedicht Het Tongelreepdal van Ivo de Wijs voorgedragen. Terwijl we luisterden, zagen we de woorden van het gedicht als het ware om ons heen tot leven komen.

Na bijna zeven kilometer bereikten we de ‘Hut van Mie Pils’. In de serre werden tafels voor ons aan elkaar geschoven en konden we even uitrusten. De houthakkerstosti bleek terecht een grote favoriet, maar ook andere gerechten werden smakelijk bevonden. Met goed gevulde magen en nieuwe energie gingen we weer op pad.


20260919_131649.jpg

Nu wachtte een stuk dat hier nog resteert van de oorspronkelijk Groote Heide op ons. Midden op de uitgestrekte zandpaden stonden we even stil voor het verhaal van de bemoeizuchtige postbode Harrie van Vlerken. Zijn dorpsgenoten hadden hem dagelijks op de fiets over de zware, mulle zandpaden gestuurd om één ansichtkaart bij Mie Peels te bezorgen. Al lopend over precies diezelfde paden konden we ons goed voorstellen hoe zwaar dat moet zijn geweest. Dat Harrie na zijn tocht in de herberg een pilsje kreeg, maakte de grap er kennelijk niet beter op. De Zesgehuchtenaar kon er bepaald niet om lachen!

Na de heide kwamen we in het oude cultuurlandschap van Gijzenrooij. Hier ziet het landschap er heel anders uit. De percelen worden niet door prikkeldraad, maar door mooie heggen van elkaar gescheiden. Tussen de fruitbomen staan hooioppers, waardoor het gebied een ouderwetse uitstraling heeft.

Ook over de naam Gijzenrooij leerden we iets. ‘Rooij’ verwijst naar het rooien van bomen om het land geschikt te maken voor landbouw. Maar wie had dat rooien dan gedaan? Op die vraag kwam één van de wandelaars met het perfecte antwoord: Gijs natuurlijk! Gijs-z’n-rooi.

Na ongeveer twaalf kilometer kwamen we langs het huis waar ooit postbode Harrie van Vlerken woonde. Terwijl we het fraaie pandje stonden te bekijken, werd onze belangstelling opgemerkt door de nieuwsgierige huidige eigenaar. Hij kwam even kijken wat al die wandelaars toch zo interessant vonden. We kregen meteen een stukje geschiedenis cadeau: het huis was oorspronkelijk gebouwd voor een textielbaron, die er uiteindelijk nooit heeft gewoond. De postbode kreeg er later wel zijn onderkomen.

Daarna zat de wandeling er bijna op. We bereikten het station en hoefden slechts een paar minuten te wachten op de trein, die ons rechtstreeks terug naar Best bracht.

Bij het opstaan in de trein voelden we de benen inmiddels behoorlijk. Maar na zo’n mooie, afwisselende wandeling was dat meer dan de moeite waard! Een verrassend stukje natuur dicht bij huis, mooie verhalen onderweg, lekker eten en vooral: een gezellige wandeldag.

Benieuwd naar de route. Je vindt deze op https://out.ac/IiIUEt

Foto's